Sylvia Plath, tussen poëzie en depressie

Toen ze pas acht jaar oud was begon dichteres Sylvia Plath last te krijgen van depressies. In haar studententijd deed ze een poging tot zelfmoord, wat ertoe leidde dat ze zou worden behandeld aan een bipolaire stoornis. Ondertussen schreef ze gedichten en verhalen en publiceerde in Amerikaanse tijdschriften. In 1956 trouwde ze maar de depressies werden erger. Na haar scheiding in 1962 raakte steeds dieper in een neerwaartse spiraal terecht. Begin 1963 stak ze haar hoofd in de oven. Ze had nog wel het ontbijt voor haar kinderen klaargezet.

Jeugd en studie
Sylvia werd geboren in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Haar vader, Otto Plath (1885-1949), van Duitse komaf, was hoogleraar Duits en zoölogie, gespecialiseerd in bijen. Hij was de auteur van een boekje over hommels, 'Bumblebees and Their Ways'. Toen Sylvia acht jaar was overleed haar vader aan een ver gevorderde diabetes, die hij zelf gediagnosticeerd had als longkanker. Met haar moeder, Aurelia Schober (1906-1994), had ze een vrij gecompliceerde en ambivalente relatie, zoals ze later zou beschrijven in haar semi-autobiografische roman 'The Bell Jar'. Ze had ook een broer, Warren.

In haar jeugdjaren had Sylvia al getoond over grote talenten te beschikken: op haar achtste werd een gedicht van haar in the Boston Herald gepubliceerd en op haar vijtiende won ze met een schilderij de 'Scholastic Art & Writing Award'. Ook was ze een briljante studente: in 1950 werd ze met een beurs toegelaten tot het Smith College in Northampton (Masschussets) en ondanks dat ze na een eerste zelfmoordpoging enkele maanden werd opgenomen in een psychiatrische inrichting wist ze vijf jaar later cum laude af te studeren.

Vervolgens kreeg Sylvia een beurs toegewezen om aan de universiteit van Cambridge te gaan studeren. Dat was tevens een vruchtbare periode voor haar poëzie; ze publiceerde regelmatig in de studentenkrant 'Varsity'. In die tijd ontmoette ze de Engelse dichter Ted Hughes, met wie ze op 16 juni 1956 in het huwelijk zou treden.

Van juli 1957 tot oktober 1959 woonde ze met haar man in de Verenigde Staten, waar Sylvia les gaf aan het Smith College. Hughes had in die jaren succes met uitgaven van gedichten en kinderboeken terwijl Sylvia juist grote moeite had om haar werk te combineren met haar poëzie.

In Boston bezocht ze enkele lezingen van de Amerikaanse dichter Robert Lowell. Die zouden van grote invloed op haar latere werk zijn.

Terugkeer naar Engeland
Toen Sylvia zwanger werd keerde het echtpaar terug naar Engeland. Daar verbleven ze een tijdje in Londen en kwamen uiteindelijk uit in North Tawton, in Devonshire. In 1960 kwam ook eindelijk Sylvia´s eerste dichtbundel uit, 'The Colossus and Other Poems'.

In februari 1961 kreeg ze een miskraam. Ondertussen kwam uit dat haar echtgenoot een affaire had met een andere dichteres, de Duits-Joodse Assia Wevill, wat tot hun scheiding zou leiden. Toch werden nog achtereenvolgend Frieda en Nicholas geboren.

Sylvia keerde met haar kinderen terug naar Londen, waar ze een woning huurde in een complex waar ook ooit Yeats woonde. Dat beschouwde ze als een goed voorteken. Terwijl ze de scheidingsprocedure doorzette en tegelijkertijd opnieuw in een spiraal terecht kwam van depressies dichtte ze veel. Zo schref ze o.a. het gedicht 'Ariel', dat helaas na haar dood gepubliceerd zou worden. Op 11 februari 1963 vergaste ze zichzelf, dertig jaar oud.

Werk
Hoewel Sylvia´s eerste bundel over het algemeen goed ontvangen werd is de algemene kritiek dat de gedichten nogal conventioneel zijn en het dramatische mist van haar latere werk. Ook de invloed van Hughes is wel eens onderwerp van discussie, alhoewel toch wel duidelijk is dat de gedichten van Sylvia een geheel eigen stem en karakter hebben.

De gedichten in de bundel 'Ariel' (1965) zouden een duidelijke breuk aanbrengen met haar eerdere werk, door het autobiografische en intieme karakter ervan. De invloed van Lowell moet zeker een rol hebben gespeeld in deze zeer oprechte en dramatische beschrijvingen van de (psychische) gesteldheid van de dichteres.

Hoewel Sylvia Plath vooral bekend is geworden door haar poëzie had ze ook succes met haar roman 'The Bell Jar' (in het Nederlands 'De glazen stolp'), uitgegeven onder pseudoniem. Daarin beschrijft ze in detail de strijd met haar depressies.

Nalatenschap
Na Sylvia's zelfmoord kreeg Ted Hughes het beheer over haar persoonlijke en literaire nalatenschap. Hij besloot ertoe om het laatste deel van Sylvia's dagboek, waarin hun tijd samen beschreven werd, te vernietigen, wat hem op veel kritiek van buitenaf is komen te staan. Hij werd er ook van beschuldigd bij de publicatie van Plaths werken vooral zijn persoonlijke doeleinden te hebben nagestreefd. Hughes zelf heeft dit altijd ontkend.

Ook zijn minnares, Assia Wevill, was Hughes ontrouw. En ook zij zou zelfmoord plegen, 6 jaar later. Frappant is dat ze dat op dezelfde wijze deed als Sylvia. Het grote verschil was dat ze haar vierjarige dochtertje, Shura -en vermoedelijk ook dat van Hughes, erin betrok.

 In 1970 hertrouwde Hughes met Carol Orchard. Dat huwelijk heeft geduurd tot 1998 toen hij overleed aan de gevolgen van leverkanker. In datzelfde jaar had hij zijn laatste dichtbundel, 'Birthday Letters', nog zijn stilzwijgen doorbroken rond zijn relatie met Sylvia. De bundel geeft een beeld van hun onderlinge relatie en zijn gedrag in de periode van hun huwelijk. Het werd bekroond met de 'Forward Poetry Prize'.

In 1975 gaf Sylvia´s moeder de brieven van haar dochter uit de jaren 1950-63 uit onder de titel 'Letters Home'.

In 1982 werd Sylvia Plath de eerste dichter die postuum een Pulitzer-prijs won, voor 'The Collected Poems'. Eerder kwamen al postume werken van haar uit in 1971 ('Crossing the Water') en 1972 ('Winter Trees').

(...)

Ik ben uw kunstwerk,
Uw kostbaar kleinood,
De zuiver gehouden baby

Die smelt tot een schreeuw.
ik kronkel en verbrand
Denk niet dat ik uw zorg onderschat.

As, as–
U pookt en roert.
Vlees, bot, niets blijft–

Een stukje zeep,
Een trouwring,
Een gouden vulling.

Heer God, Lucifer
Hoed U
Hoed U.

Uit de as
Rijs ik met mijn rode haar
En ik eet mensen als lucht.

(Fragment van 'Lady Lazarus', uit de bundel 'Ariel' -1965)

Afbeeldingen: (van boven naar beneden) Sylvia Plath; Robert Lowell; Ted Hughes in 1993)